Voor de herhuisvesting van de Faculteit Scheikundige Technologie was een locatie met daarop bestaande gebouwen van de Technische Universiteit Eindhoven (TUE) vastgesteld. Als randvoorwaarde dienden twee hallen behouden te worden. Voor een evenwichtige opname van deze elementen in het totaal was een drastische renovatie van de hallen noodzakelijk.
Bezuinigingen tijdens de fase van bouwvoorbereiding hebben er echter toe geleid dat de hallen niet langer betrokken zijn in de planvorming. Hiermee is het in eerste opzet nagestreefde onderscheid in een onderwijsgebouw in de bestaande laagbouw van de hallen (met het faculteitsbureau, de collegezalen,het restaurant, de bibliotheek, etc.) en een onderzoeksgebouw in de H-vormige nieuwbouw (met de laboratoria, werkkamers, etc.) komen te vervallen. Daarmee is ook de koppeling van beide gebouwdelen door middel van een promenade op het hoofdniveau verlaten.
De nieuwbouw van het onderzoeksgebouw is bij het laten vervallen van het onderwijsgebouw gespiegeld uitgevoerd om aan het Kranenveld de entree te maken. Slechts enkele programmaonderdelen van het onderwijsgebouw, zoals de collegezalen, zijn in het onderzoeksgebouw opgenomen.
De hoge mate van veiligheid en flexibiliteit van de laboratoria is een belangrijke gebruikskwaliteit; de toekenning van het predikaat A-klasse voor laboratoria vormt hiervan de bevestiging.